Diaconiebericht 31, september 2007
Een selectie uit de inhoud:
- Met hart en handen
- Henk Vis: ‘Met zo’n uithangbord ben je een aardige tijd bezig’
- Zolder Oude Rijn verbouwd
- Avondmaalsproject Phandulwazi
- Individuele hulp vanuit de Diaconie
- STUV en het Generaal Pardon
- Eden mag eindelijk blijven
- Nieuw boek over Leidse hofjes
Met hart en handen
Weten jullie wat dat is, solidariteit? De groep leerlingen van de basisschool viel voor het eerst stil. Ze waren op bezoek in De Bakkerij. De meester had het bezoek goed voorbereid. Ze wisten wat de armenbakkerij had gedaan en kenden de broodpenning. Maar toen ik vroeg naar solidariteit, viel deze groep acht stil. Dat was een moeilijk woord. Ik had hun gevraagd waarom de kerk dat zou doen: brood bakken voor de armen. Was dat nodig dan? Is het niet de regering die daarvoor moet zorgen: dat iedereen brood genoeg heeft om elke dag te kunnen eten? Ja, eigenlijk wel, gaven ze toe. Maar je moest zelf ook altijd anderen helpen. Dat stond in de Bijbel. En in de Koran. En zo hadden ze dat ook op school geleerd.
Arm
Ik vertelde over die vele honderden jaren geleden toen het nog niet zo vanzelfsprekend was dat de regering ervoor zorgde dat iedereen brood genoeg had. Ik bespaarde hun de details uit de strijd wie er voor de armen verantwoordelijk was: de kerk of de overheid. Ik vertelde wel hoe het voor de kerken in de stad vanzelfsprekend was om te zorgen voor mensen die het moeilijk hadden. Een weeshuis, of een oude mannenhuis, een armenbakkerij of een hofje met huisjes: veel kerken zorgden met dit soort voorzieningen voor de minderbedeelden. De kinderen begrepen goed hoe erg het was om arm te zijn. Dat je dan steeds je hand op moest houden. En dat je steeds maar weer moest afwachten of je wel iets kreeg.
Bijstand
Dat was het moment om met het woord solidariteit te komen. Want als het niet fijn is dat mensen in jouw stad of in jouw land honger hebben, hoe kun je dat dan oplossen? Laat de regering dat maar doen, zei er een. Ja, maar waar haalt die dan het geld vandaan, vroeg ik. Van de belasting, zeiden ze. En dat was natuurlijk wel een goede opmerking. Ik vertelde dat er nog niet zo lang geleden pas een wet kwam, die regelde dat iedereen die arm was, brood kon krijgen van de regering. Bijstand heette dat officieel in de wet en dat betekent eigenlijk gewoon hulp. Geen brood, maar geld. Ik legde uit hoe de regering een grote portemonnee had gemaakt. Iedereen die het geluk had om te kun-
nen werken en geld te verdienen, betaalde iets daarvan aan de portemonnee. Maar als je nou pech had, en niet voor je zelf kon zorgen, omdat je ziek was, of ontslagen was of niet kon werken omdat je in je eentje voor je kinderen zorgde, dan kon jij uit die grote portemonnee geld krijgen van de regering. Daar hoefde je niet meer je hand voor op te houden. Je had er gewoon recht op, omdat het in de wet stond.
Solidariteit
Toen schoten de vingers de lucht in. Dat was toch niet eerlijk. Als je dan geluk had en je hele leven voor je zelf kon zorgen, had je wel je hele leven meebetaald aan die portemonnee terwijl je het zelf nooit nodig had gehad. Klopt, zei ik. En als je je hele leven pech hebt, krijg je misschien wel je hele leven geld uit die portemonnee zonder dat je er ooit aan hebt meebetaald. Kijk, dat is nou solidariteit. Uit de reacties van deze kinderen en van andere jongeren die De Bakkerij bezoeken, merk ik steeds weer hoe ver dat begrip solidariteit is weggezakt. Het principe van een verzekering, dat is nog wel bekend. Dan spaar je als het ware, voor het moment dat je pech hebt en dan op je verzekering kunt terug vallen om het te betalen. Dat voelt toch meer als je eigen geld. Maar zomaar betalen voor een ander! Iedereen moet maar voor zichzelf leren zorgen. Of ze moeten maar beter hun best doen. Of hun vader en moeder moeten maar voor eten zorgen. De kinderen zien meestal zelf ook wel in dat je dat niet kunt blijven zeggen. En als we er een tijdje over doorpraten, worden ze enthousiast. Ze zien het wel zitten, zo’n stad, waar je er met elkaar voor zorgt, dat niemand het echt slecht heeft. Dat is uiteindelijk veel fijner voor iedereen.
Zorg voor elkaar
Voor kinderen is dan meteen logisch dat dat ook de grootste droom van God is. Dat ieder-een voor elkaar zorgt en er niemand tekort komt. Dat wie wat meer heeft, deelt met wie wat minder heeft. Je durft het bijna niet te zeggen. Maar soms lijkt het alsof de regering tijdens de honderd dagen luisteren in het land, deze droom gehoord heeft. Af en toe is het er weer, als aanbeveling, of als doel voor een goede samenleving, dat lastige maar mooie woord solidariteit.
ds. Annemieke Kelder
tel. (071) 51 44 965 :: fax (071) 51 49 744 :: e-mail info@debakkerijleiden.nl


