Veel Heil en Zegen
Op vrijdagmiddag 12 januari 2007 vond de traditionele nieuwjaarsontmoeting plaats in De Bakkerij. Vertegenwoordigers van allerlei instanties en kerken in stad en regio, bewoners van De Bakkerij en mensen betrokken bij het werk in De Bakkerij, wensten elkaar ‘veel heil en zegen’ voor het nieuwe jaar. Annemieke Kelder opende de drukbezochte bijeenkomst. Zij memoreerde de Kruitramp in Leiden, 200 jaar geleden, op 12 januari 1807. Net zoals bij die explosie van het kruitschip explodeert er soms iets in een mensenleven, vaak met grote gevolgen. Mensen raken dan tussen wal en schip en kloppen (uiteindelijk) aan bij de Diaconie. Samen met andere instellingen in het gebouw, in de stad en de regio, probeert de Diaconie te helpen. Daarom is het een goede gewoonte elkaar aan het begin van elk nieuw jaar te ontmoeten. Spreker op deze bijeenkomst was Ds. Jan Eerbeek, die zichzelf in zijn verhaal voorstelde:
Wat Mij Beweegt
nieuwjaarstoespraak door drs. J. D.W. Eerbeek
Hartelijk dank voor uw uitnodiging om op deze nieuwjaarsbijeenkomst iets te vertellen over wat mij beweegt. Ik werk sinds 1979 in het gevangenispastoraat. Eerst een kleine 20 jaar als predikant onder meer in de gevangenis en het huis van bewaring in Scheveningen en de afgelopen 9 jaar werk ik als hoofdpredikant op het ministerie van justitie. Ik geef daar leiding aan ca. 60 justitiepredikanten. Verder ben ik voorzitter van de Stichting Exodus Nederland: opvang en begeleiding van ex-gedetineerden. Een belangrijke inspiratiebron voor mijn geloof en leven is mijn werk in het gevangenispastoraat. Ik zal u aan de hand van drie punten daar iets over vertellen.
Mensen in de gevangenis
Mijn eerste inspiratiebron zijn de mensen in de gevangenis. Ik vertel u twee ervaringen. De eerste is met twee diakenen in het Huis van Bewaring. Het zijn 2 jongens van ongeveer 17 jaar oud. Ze zaten iedere zondag in de kerk in het Huis van Bewaring. Als je ze alleen sprak, waren het engelen, maar zo gauw ze samen waren was er geen land met ze te bezeilen, ook niet in de kerkdienst. Voortdurend probeerden ze de kerkdienst te verstoren. Niet heel erg opvallend, maar een beetje achterbaks, zodat je er net niet je vingers achter kreeg. Weggescholen achter anderen, naar beneden kijken en er dan zachtjes tussendoor mompelen. Bij de opgegeven liederen er een ander couplet dwars doorheen zingen. Je zou ze wel achter het behang willen plakken. Het was in de tijd van de Advent, en ik was bezig met de voorbereidingen van het kerstfeest. Ik dacht: hoe kan ik voorkomen dat die twee het kerstfeest voor de anderen gaan verzieken? Ik nodigde ze uit op mijn kamer. Ik begon over het kerstfeest en vertelde ze dat we een kerstdienst zouden hebben met daarna gezellig samenzijn. ‘Nu wil ik jullie vragen of jullie bij het kerstfeest diaken willen zijn’, zei ik.
Diaken in de gevangenis
‘Diaken?’, zeiden ze, ‘wat is dat?’ ‘Een diaken is heel belangrijk in de kerk. Na de dienst bij het samenzijn is er van alles en nog wat te eten en te drinken. Cola, chips, kerstbrood, pinda’s. En zoals dat zo vaak gaat in en buiten de gevangenis, dat mensen dan alleen aan zichzelf denken en kijken hoe ze zelf het meest kunnen krijgen. En dan blijft er voor een ander niets over. Een diaken is iemand die ervoor zorgt dat niet de een alles heeft en de ander niks. Wat we hebben moet zo worden verdeeld, dat het voldoende is voor iedereen.’ Dat wilden ze wel doen. Ik zei dat ze zich dan ook tijdens de kerkdienst zo moesten gedragen dat ze door de anderen serieus genomen zouden worden om hun taak te doen. Toen ik op eerste kerstdag het huis van bewaring binnenkwam, vroeg de portier mij wat er aan de hand was. Hij had van de afdeling gehoord dat er twee donderstenen al vroeg bij de kerk stonden, die vertelden dat ze diakenen waren. Ook de portier wist niet wat een diaken was, dus dat kon ik hem ook meteen uitleggen. Toen de dienst begon, gingen we met z’n drieën de kerk in. Ze liepen naast me. Tijdens de dienst gedroegen ze zich als engelen. Na de dienst was er het kerstfeest. De zaal zat vol met gedetineerden en vrijwilligers van buiten. De kaarsen brandden. En ineens hoorde ik een van die twee roepen: ‘Hé joh, blijf jij met je poten van die krentenbollen af! We moeten allemaal wat hebben!’ En ik dacht bij mezelf: wat zouden we die goed kunnen gebruiken in de kerk!
Engelsman
Een andere ervaring uit de gevangenis is mij altijd bijgebleven. Een van de gedetineerden was een Engelsman, gedeserteerd uit het Engelse leger en veroordeeld voor het doden van iemand. Hij kreeg nooit bezoek en hij stond regelmatig op het punt te ontploffen. Wekelijks kwam hij een uur bij mij op bezoek. Nu eens nauwelijks iets zeggen – het is gewoon goed als ik bij iemand kan zijn – en dan weer aan een stuk door de emmer leegscheppen. Wekelijks persoonlijk contact, maar nooit in de kerk. Tot hij er een keer kwam en aan een tafeltje zat bij de mensen van buiten. Het was een groep ouderen en hij zorgde voor hen voor de koffie en voor de cake. Het was een zorgzaamheid die ik nog nooit eerder bij hem had gezien. Later vertelde hij me dat hij zich enorm op z’n gemak voelde bij oudere mensen. Het was een zondag in de Advent. En we zongen: ‘licht dat ons aanstoot in de morgen’. In een glimp zag ik hem tijdens dat lied en z’n mond licht meebewegen met de woorden ‘dat wij niet uit elkaars genade vallen en doelloos en onvindbaar zijn’. ‘Dat wij niet uit elkaars genade vallen en doelloos en onvindbaar zijn…..’.
Evangelie
Mijn tweede inspiratiebron is het evangelie. Veel gedetineerden bevinden zich met hun leven in een vicieuze cirkel waar ze zich op eigen kracht niet uit kunnen bevrijden. Ik heb vooral in de gevangenis ook voor mijn persoonlijk leven de betekenis van het evangelie ervaren. Al direct bij het begin van mijn werk, meer dan 25 jaar geleden. Het was in de ontmoeting met een man die ervan werd verdacht zijn vrouw om het leven te hebben gebracht. Hij was radeloos en hij wilde van de bovenste ring naar beneden springen om een eind aan zijn leven te maken. Hij kreeg nooit bezoek. Zijn kinderen van 9, 14 en 17 wilden niets meer met hem te maken hebben. Iedere zondag was hij trouw in de kerk.
Toekomst blokkeren, onherstelbaar je eigen leven verduisteren, is dus een met de mens gegeven werkelijkheid. Wat hij kan, kan ik ook. Voor mij werd het geloof heel persoonlijk in die vraag: Als zoiets als met hem de realiteit van je leven is, als je zelf onherstelbaar je leven en het leven van een ander hebt verwoest, is er dan nog iets om je aan vast te houden? We lazen samen wekelijks een stukje uit de bijbel. Jezus die mensen bevrijdt van al datgene waar ze zich zelf niet meer uit kunnen bevrijden. Jezus die door alles heen met mensen een weg van opstanding gaat.
Genade en liefde
In de ontmoeting met deze man ontstond voor mij een heel diep besef dat je als mens in de gebrokenheid van het bestaan uiteindelijk alleen kunt overleven als het leven je van God uit geschonken wordt. De genade en de liefde van God als bron van je leven. In de gevangenis heb ik de grote betekenis gezien van wat het evangelie ons biedt en wat we in het pastoraat met ons meedragen. We kunnen troosten. Een weg van genezing gaan. Op zoek gaan naar de goede en mooie kanten in mensen. Zoeken naar opstandingskracht. Met mensen een weg gaan van heelheid aan de gebrokenheid voorbij. ‘Gedenkt de gevangenen als medegevangenen’ is een inspirerende bijbeltekst. (Hebr. 13:3). Het woord ‘gedenken’ is in de bijbel geladen met een uitzonderlijke kracht. Gedenken staat in tegenstelling tot woorden als vergeten en wegwissen uit de geschiedenis.
Gedenken in plaats van afschrijven. Het gaat bij gedenken om veel meer dan even aan iemand denken. Het woord gedenken in de bijbel is een woord van heil. Als ‘gedenken’ verschijnt, dan gaat heelgemaakt worden wat gebroken is. Overal waar God mensen gedenkt, schept Hij toekomst in een toekomstloze context. De gave van een kind aan hen die zonder kinderen zijn. Waar ons leven stukbreekt op de feiten, schept God nieuw leven.
Exodus
Mijn derde inspiratiebron ligt in het concreet werken aan kansen en mogelijkheden voor mensen die vastgelopen zijn. Het evangelie roept ons daartoe op. Om iets te doen aan het toekomstperspectief voor ex-gedetineerden werd 25 jaar geleden de Stichting Exodus opgericht. We begonnen als pastores en vrijwilligers in een kleine kelder, 2 dagdelen per week geopend, waar gedetineerden uit Scheveningen na hun detentie terecht konden. Het werk van Exodus is enorm gegroeid. Er zijn nu 10 huizen met 160 professionele medewerkers en jaarlijks 450 bewoners. Er is een integraal begeleidingprogramma, gericht op de complexe problematiek en gericht op alle levensgebieden: wonen, werken, relaties en zingeving. Er worden 275 mensen begeleid door vrijwilligers en er zijn in totaal 1500 vrijwilligers
voor zorg in en voor zorg na de gevangenis. Exodus werkt professioneel en vanwege de christelijke inspiratiebron is er sprake van bezielde professionaliteit. Eind vorig jaar is Exodus gekozen tot maatschappelijk ondernemer van het jaar.
De resultaten van Exodus zijn opzienbarend: 57% van de Exodus bewoners valt niet meer terug in criminaliteit. Van degenen die het programma afmaken blijft 85% op het rechte pad. Er is ook een grote maatschappelijke opbrengst. Bij een onderzoek van één Exodushuis in Amsterdam is berekend dat dat huis in drie jaar tijd netto een maatschappelijke opbrengst van tussen de 3,5 en 8 miljoen euro heeft opgeleverd.
Heelheid
Wij kunnen levend vanuit het evangelie in deze gebroken wereld iets doen. Wij zijn niet machteloos. Wij kunnen iets betekenen en werken aan heelheid. Graag wil ik u allen veel heil en zegen toewensen in het nieuwe jaar. Voor u persoonlijk en voor het werk dat u doet. Heil, dat betekent oriëntatie op heelheid aan de gebrokenheid voorbij. En zegen, dat betekent draagkracht en verbondenheid van God uit voor ons leven.
tel. (071) 51 44 965 :: fax (071) 51 49 744 :: e-mail info@debakkerijleiden.nl


