Diaconiebericht 29, september 2006
Een selectie uit de inhoud:
- Met hart en handen
- Jongerenwerkvakantie naar Roemenië
- Jongerendiaconaat
- Diaconie bereidt zich voor
- Exodus Leiden
- Phandulwazi
- Bericht van STUV (Steunpunt Uitgeprocedeerde vluchtelingen en andere Vreemdelingen)
- GIL (Gezondheidszorg Illegalen Leiden)
Met hart en handen
“Willen jullie dat echt voor me doen?” De plastic tas met papieren in zijn hand trilde mee met zijn wanhoop. Hij keek me ongelovig aan. Maanden al vocht hij met de uitkeringsinstantie. De ene keer was zijn werkbriefje niet aangekomen, terwijl hij dacht dat hij het toch echt op de bus had gedaan. De andere keer was er een computerstoring, waardoor “men niet bij zijn gegevens kon”. De volgende keer was zijn ‘case-manager’ met ‘sabbatical’. Nee, het meisje aan de telefoon kon niet zien of iemand anders zijn dossier had overgenomen. Nee, zij kon er alleen een melding van maken. Ze had geen idee wie ernaar zou kijken en wanneer. Hij zou wel een telefoontje krijgen, dan. Hij had nog willen zeggen dat dat niet meer kon. Zijn vaste telefoon was afgesloten en een mobiel had hij nooit begrepen. Maar de verbinding was al verbroken. In het protocol staat immers precies hoeveel seconden er aan een vraag als deze besteed mag worden.
Leeg
Datzelfde protocol voorziet niet in eten, in geld voor de huur, of voor gas en water. Het protocol voorziet alleen in standaard wachttijden voor een beslissing, voor een voorschot, een storting. Standaardwachtlijsten en standaardprocedures. Dat betekent dat mensen geen inkomen hebben, soms maandenlang. Het gaat meestal om mensen die geen universiteit hebben gevolgd voor het beheer van hun uitkering en alles wat je daarvoor nodig hebt. Die niet van alles een kopie hebben bewaard. Dat kost immers steeds weer tien cent bij de sigarenboer, die bovendien maar al te graag nieuwsgierig meekijkt. Het zijn mensen die de dagen allemaal als even leeg ervaren en dus niet precies meer weten wanneer iets ingestuurd had moeten worden. Die tussen alle hokjes op het formulier er nog wel eens een vergeten waar hun handtekening had moeten staan. Die de nodige gegevens uit gewoonte terug sturen naar Groningen, omdat het daar altijd heen moest, terwijl hun dossier om onduidelijke redenen intussen naar Heerlen verhuisd is.
Op papier klopt het
Het klopt wat de regeerders in Den Haag zeggen. Dat er volgens de wet niemand in Nederland honger hoeft te lijden. Het klopt vast wel, op papier. Dat er voor iedereen altijd wel een regeling of een voorziening is. Als je maar weet dat het bestaat, als je maar weet hoe je eraan moet komen, als je daar dan maar energie voor hebt. Als je maar het lef hebt om op je recht te staan, ook als je afgewezen wordt uit onkunde. Op papier klopt het. In de praktijk zijn er helaas steeds vaker lapmiddelen nodig. Want het kost tijd, om de bureaucratie te bestrijden, om voor iemands recht te vechten, of een fout te corrigeren. Voor die tussentijd zonder geld moet er dan maar een noodfondsje zijn, vindt de regering, of de voedselbank, of de diaconie.
Zo moe
De man stond onwennig in het Atrium, een foldertje van De Bakkerij in zijn hand. “Is dit van de kerk, de diaconie?” vroeg hij. En toen ik knikte: “Wat vreselijk. Daar heb ik vroeger zelf nog voor gecollecteerd.” Ik gaf hem een paar boodschappenbonnen, voor de eerste dagen. Tijd die we nodig hadden om de papieren uit te zoeken, instanties tot een voorschot te bewegen en een geregelde uitkering weer op gang te helpen. “Dat kan ik niet meer, dat vechten”, zei de man. “Ik ben er zo moe van geworden. Ik kan niet meer.” “Daar zijn wij voor”, legde ik uit. “Wij hebben mensen die het leuk vinden om te duwen en te trekken en te krijgen waar u recht op hebt.” Zijn gezicht klaarde op. “Willen jullie dat echt voor me doen?” Ik knikte weer, “U hebt er gewoon recht op.” Nadat we nog wat verder hadden gepraat, ging hij weg. “Nou vind ik het niet zo vreselijk meer”, zei hij, “dat van die diaconie. Nu is het geen genade, maar mijn goed recht. Toch?”
Buiten de regels om
Genade en recht. Het zijn oude woorden, die soms een heel andere klank hebben gekregen dan ooit bedoeld. Genade hoor je nog wel eens bij kinderen: je hebt verloren, de ander heeft je in haar macht. Je smeekt om genade. Afhankelijk ben je, van de goedgunstigheid van de ander. Het is een ongelijke situatie. Zo is het in de Bijbel in elk geval nooit bedoeld; het is daar het mooiste dat God aan mensen te bieden heeft. Tot mijn verrassing is dat juist wat sommigen in gedachten hebben als ze bij de diaconie moeten aankloppen om hulp. Iets goeds verwachten ze. Dat daar genade voor recht zal gelden. Immers, overal horen ze wat de regels zijn; dat ze ergens niet voor in aanmerking komen, te laat zijn, teveel schulden hebben, of niet gemotiveerd genoeg zijn. Bij de diaconie verwachten ze dan iets als genade; dat er niet volgens de regels gedacht zal worden, maar dat er juist buiten alle regels om naar mogelijkheden wordt gezocht waarmee zij wel geholpen zijn.
Recht voor genade
De man van daarnet heeft niets aan ongelijke genade. Geen bedeling alstublieft, geen liefdadigheid. Geen hulp die iemand afhankelijk maakt, of houdt, van de genade van een ander. Hij heeft recht op iets, op een zelfstandig inkomen, een uitkering waar hij van rond kan komen. Dat hebben we met elkaar in de wet vastgelegd. Hier moeten de woorden worden omgekeerd: hier moet recht voor genade gelden.
Ds. Annemieke Kelder
tel. (071) 51 44 965 :: fax (071) 51 49 744 :: e-mail info@debakkerijleiden.nl


