Nieuws > Diaconiebericht nr 24, maart 2004

Diaconiebericht 24, maart 2004

Een selectie uit de inhoud:

Met hart en handen

“Jezus houdt van alle kind’ren…, blank en zwart en …” Een liedje uit mijn kindertijd, dat ik uit volle borst meezong. Het hoorde bij het schilderijtje boven mijn bed, “Jezus zegent de kinderen”, waar een chinees meisje, een eskimojongetje, een blank en een zwart kindje even verwachtingsvol naar Jezus opkeken. Gerustgesteld ging ik slapen: Jezus was toch het meest van mij, zoals hij daar was afgebeeld: lang, blank, blond en met blauwe ogen.

Later volgden andere beelden: een joodse man uit het Midden-Oosten, een zendingskalender met een wel heel Indonesische Christusfiguur. Er kwam een cartoon met drie beelden van Jezus: één die een protestbord droeg met “Ban de Bom”, één met een toga van de dominee en een donderpreek, één als triomferende arbeider onder het toen nog Sovjetregime. “Wil de echte Jezus opstaan?”

Toen ik later zelf met jongeren over godsdienst leerde, keken we lang en intens naar een hongerdoek uit Haïti, waar een pikzwarte Jezus zegenend hing aan een kruis. Het kruis wortelde als een boom in het kwaad van dictatoriale regimes, mensen die onderdrukt werden en elkaar vertrapten en vluchtelingen die in een wankel bootje probeerden te ontkomen. Aan de bovenkant droeg de kruisboom in een landschap van tien geboden en mensenrechten een keur aan vruchten. De regenboog omspande het geheel en mensen van allerlei kleurenafkomst deelden de vruchten met elkaar aan een ‘tafel van samen’.

Ik moest er aan denken toen ik in Zuid-Afrika was. Een land waarin nog geen tien jaar geleden de raciale onderdrukking van al wie niet blank was, gerechtvaardigd was met een exclusief blanke Jezus, of in ieder geval blank christendom. Voor zwarten en kleurlingen was Jezus echter ook in die dagen al één van hen, één met hen. Hun lijden was Zijn lijden. Uiterst solidair met hun lijden deelde Christus hun kruis van krottenwijk, armoede en uitzichtloosheid. Toen ik er was, zag ik hun trots, hun hoop en vrolijkheid en ik zag met welke kracht zij geloofden in de mogelijkheid van opbouw en verbetering. In een kerkdienst deelden we het belijden en het gebed dat als Jezus deelde in hun lijden, Hij ook met hen zou delen wat Hij te geven had aan opstandingkracht. Ik zag het terug in hun gezichten en hun ogen, in alles wat ze met hun hart en handen willen doen en betekenen voor de opbouw van hun samenleving.

“Wil de echte Jezus opstaan?” Ik moet er vaak aan denken als ik het werk van Diaconaal Centrum De Bakkerij uitleg aan de hand van een paar woorden uit de bijbel. Het is een soort schilderijtje, in Matteüs 25. Jezus schetst mensen die honger hebben, of dorst, mensen die ziek zijn, of vreemdeling, mensen die het naakte bestaan vrezen of gevangen zitten in hun leven. “Wat je voor hen doet”, zegt Jezus, “doe je voor mij”. Het hele blanke superieure Jezusbeeld gaat daarmee aan diggelen. Jezus zelf kiest voor de mensen die zwak staan, het moeilijk hebben, in de knel komen; van welke kleur of afkomst dan ook.

In de veertigdagentijd voor Pasen staat het lijden centraal. Het lijden van Jezus, en het lijden van de mensen met wie Hij zich identificeerde. Die mensen vind je in Zuid-Afrika en in Nederland, in je eigen stad en straat. Ze zijn dagelijks in De Bakkerij. “Jezus houdt van alle kind’ren…”, komt er dan nog wel eens in me op. En ik hoop dat ook hun ‘lijden’ eens uit mag lopen in iets als Pasen, een nieuw begin, hoop, opstanding uit de ellende of wat licht dat doorbreekt in het donker. Het zal daarbij voor een groot deel aankomen op anderen die in hen blijven geloven en de helpende hand willen reiken.

Ds. Annemieke Kelder

Diaconaal centrum De Bakkerij  -  Oude Rijn 44 b/c  -  2312 HG Leiden
tel. (071) 51 44 965 :: fax (071) 51 49 744 :: e-mail info@debakkerijleiden.nl