De Bakkerij: beroemd en berucht

Diaconie-Bericht 23, september 2003

De Bakkerij is een begrip in Leiden. Als alle hulp ophoudt, kun je altijd nog naar De Bakkerij. Dat is een naam om trots op te zijn. Daar is De Bakkerij beroemd om. In de directe omgeving van het Diaconaal Centrum De Bakkerij staat de naam helaas vaak voor een ander gevoel, een gevoel van overlast. Met De Bakkerij bedoelt men dan slechts een gedeelte van al het werk dat in De Bakkerij gedaan wordt, namelijk het Dienstencentrum voor dak- en thuislozen van Stichting De Binnenvest. Vaak leeft de indruk, en die wordt helaas in de pers nogal eens versterkt, dat deze groep bezoekers van De Bakkerij in zijn eentje verantwoordelijk is voor bijna alle overlast en criminaliteit in de Haarlemmerstraat en wijde omgeving. Hoe vaak ook wordt uitgelegd dat De Bakkerij iets anders is dan het Dienstencentrum en hoe vaak ook wordt benadrukt dat er in De Bakkerij zoveel meer gebeurt dan dat ene stuk spraakmakende werk, de Bakkerij blijft wat dit werk betreft beroemd en berucht.

De Gezamenlijke Diaconieën voelen zich mede verantwoordelijk voor dit werk. Het is niet het makkelijkste werk. De mensen die naar het Dienstencentrum komen, soms als hun eerste strohalm, soms als hun laatste, zijn vaak zwaar gehavend, lichamelijk en geestelijk. Het leven op straat, soms ook een leven met drank, laat zijn sporen na. Juist dan komt de roeping van De Bakkerij naar boven. Ook voor deze gekwetste, vaak zieke, mensen die naar de rand van onze samenleving worden gedrukt, moet er een plek zijn waar ze hulp kunnen vinden.

Daarom is het ook zo belangrijk dat er draagvlak blijft voor dit werk, ook bij de mensen die rondom De Bakkerij wonen en werken. Vandaar dat de Gezamenlijke Diaconieën samen met het team en de managers van De Binnenvest er alles aan doen om eventuele overlast te voorkomen of verminderen. Er is geregeld overleg tussen de diaconaal predikant en werkers van het Dienstencentrum. De deur van het Dienstencentrum staat altijd open voor buurtbewoners om rechtstreeks met hun klacht, melding of vraag binnen te lopen. Ook de diaconaal predikant is altijd aanspreekbaar op gebeurtenissen of ervaringen. Met elkaar wordt naar een oplossing gezocht. Dat lukt niet altijd.

Daar zijn veel verschillende redenen voor. Dat er een gevoel heerst dat er meer overlast is dan een aantal jaar geleden, klopt wel. Ontwikkelingen in de psychiatrie en de verslavingszorg maken dat er minder mensen worden opgenomen in klinieken en dus meer mensen ‘op straat’ staan. In de stad zijn ook veel ‘hanghoekjes’ en ‘schuilsteegjes’ gerenoveerd. Hiermee zijn veel plekken verdwenen waar een dakloze vroeger nog wel eens onopvallend schuilen kon. Een buurtbewoner sprak ook eens over ‘emotionele overlast’. Ze bedoelde dat het vanuit een mooi gerestaureerd grachtenpand of een winkel met nette spullen verdrietig is en beschamend om dan iemand te moeten zien die verwaarloosd op straat leeft. “Soms wil ik het gewoon liever niet zien.”

Een andere reden dat het niet lukt alle gevoel van overlast te vermijden, vormen de regels en wetten die we in Nederland hebben. De openbare weg is van iedereen. Er moet een overtreding zijn om iemand te kunnen beboeten of weg sturen. Op een zonnige dag zit een student buiten met een fles wijn en een dakloze met een blik bier. Waar ligt het verschil tussen gezelligheid en overlast? Een student kan nog naar binnen; waar moet de dakloze heen?

Toch wordt er alles aan gedaan om overlast te voorkomen. Iedere melding en klacht wordt serieus genomen. Het liefst gaan medewerkers van De Binnenvest zelf op bezoek bij degene die de overlast ervaart. Vandaar dat een anonieme klacht ook moeilijk te beantwoorden is. In het Dienstencentrum zelf gelden strenge regels. Geen drugs, geen alcohol, geen geweld of agressie, uiteraard wordt er niet gedeald. Het is ook geen verblijfsplek, geen dagopvang. Het is een Dienstencentrum: mensen komen er om iets te regelen rond hun uitkering, post, gezondheid, of hoop op een eigen woning. De regels van het Dienstencentrum gelden officieel tot de drempel. Maar ook op straat wordt steeds weer een beroep gedaan op de bezoekers: houd het netjes, houd het leefbaar.

Een van de ideeën van een buurtbewoner was ook al een wens van De Binnenvest: een eigen veegploeg. Het mes snijdt aan vele kanten: cliënten van De Binnenvest vinden hierin een zinvolle dag besteding, ze verdienen er wat mee wat ze weer kunnen gebruiken voor bv. een plek in het Slaaphuis en de omgeving van De Bakkerij en het Slaaphuis wordt schoongehouden.

Er is intensief en regelmatig overleg met de betrokken instanties rond deze groep: de GGD, verslavingszorg, psychiatrie, maatschappelijk werk en de politie. In het voorjaar is er in De Bakkerij een ontmoeting georganiseerd tussen al deze betrokken instanties en enkele buurtver-enigingen, winkeliersverenigingen en het centrummanagement. Bewoners en win-keliers konden hun zorgen uiten over toenemende overlast en soms criminaliteit. De betrokken instanties konden ieder vanuit hun eigen werk vertellen welke maatregelen en plannen er zijn om hier een antwoord op te geven. Dat bleek meer dan gedacht en klonk dus hoopvol.

De Gezamenlijke Diaconieën hebben ooit aan de wieg gestaan van de opvang en hulp voor dak- en thuislozen in Leiden. Met de groeiende groep mensen die op straat komt te staan, is duidelijk dat dit werk nodig blijft. De druk op de enkele voorzieningen die er nu zijn in de stad, neemt toe. Het geeft eens te meer aan hoe belangrijk het is om draagvlak voor dit werk te houden, ook bij de omwonenden. Samenleven doen we niet alleen; dat doen we ook met wie het in die samenleving minder goed getroffen heeft. Daar staan de Gezamenlijke Diaconieën voor. Daar mag De Bakkerij beroemd om zijn.

ds. Annemieke Kelder